Wat is een goede stelling?

  • Een stelling moet gaan over een onderwerp dat er toe doet.
  • Korte teksten, in eenvoudig Nederlands (leesniveau B1).
  • Stellingen moeten onderscheidend (controversieel) zijn. Geen algemeenheden en geen stellingen waarmee iedereen het eens/oneens is. Dus niet: ‘De gemeente moet de verkeersveiligheid bevorderen.’
  • Een stelling is geen goede stelling omdat u het ermee eens bent. De stelling “Winkels mogen onbeperkt op zondag geopend zijn” kan ook een goede stelling als u tegenstander van koopzondagen bent. Het maakt namelijk de verschillen zichtbaar.
  • Helder en kort geformuleerd. Geen ingewikkelde, technische en te gedetailleerde teksten.
  • Geen “dubbele” stellingen; één onderwerp per stelling.
  • Geen negatie in de stellingen. Een stelling als “Geen nieuwe windparken” wordt dan heel ingewikkeld. Stel dat je het daarmee oneens bent. Dan ben je het oneens met de stelling dat er geen nieuwe windparken mogen komen…
  • Steeds kiezen voor het meest uitgesproken standpunt. Neem de stelling: “De lasten voor de burger moeten gelijk blijven”. Hiermee zijn de partijen die de lasten willen verhogen het oneens. Maar ook de partijen de lasten die juist willen verlagen. Daarom kiezen we voor ‘extreme’ stellingen.
  • Een stelling eindigt nooit met een vraagteken.